Hoofdmenu:
Het spelen van toneel is bij de Grieken begonnen. De oude Grieken vereerden verschillende goden en een van die goden was Dionysus, de god van de wijn. Tijdens lentefeesten ter ere van Dionysus werden toneelstukken gespeeld.
Later werden er stukken nagespeeld die over Griekse mythen en legenden gingen. De spelers hadden verschillende rollen en droegen maskers om te laten zien wie ze waren. Nog steeds worden twee maskers, een lachend en een huilend masker, gebruikt als symbool voor toneel.
De Grieken speelden toneel in theaters. Dat waren tribunes in een halve cirkel die schuin omhoog liepen. Dat de tribunes schuin omhoog waren gebouwd had twee grote voordelen: Iedereen kon het toneelspel goed zien en iedereen kon het goed verstaan, want deze bouw versterkte de akoestiek.
De Romeinen brengen het toneel spelen verder Europa in. In Nederland en Vlaanderen hield de Rooms Katholieke Kerk zich bezig met toneelspel. Monniken en priesters beeldden bijbelverhalen uit voor de kerkgangers, vaak met Kerst en Pasen.